ROZEMARIJN
|
Eigenschap |
Kweek |
Oogsten en drogen |
Gebruik |
|
Rozemarijn (Rosmarinus officinalis) een sterke aromatische winterharde
en groenblijvende keukenkruid. De plant is afkomstig uit het
Middellandse Zeegebied. De oude Grieken gebruikten het kruid ter
versterking van het geheugen en het verstand. en vervolgens werd de
rozemarijn een een symbool van nagedachtenis, liefde en vriendschap bij
geboorte, bruiloften en begrafenissen. De rozemarijn heeft een sterke
harsachtige smaak met een heerlijk ruikende geur. Medisch heeft de
rozemarijn invloed op een zwakke spijsvertering, een opgeblazen gevoel.
Het bezit de eigenschap om de bloedsomloop te stimuleren. Dit komt omdat
de rozemarijn een bloedstuwende werking heeft.
Opgelet: niet gebruiken bij personen die
een hoge bloeddruk hebben.
|
Rozemarijn groeit het beste op een lichte
zanderige droge bodem. De geur wordt sterker, naar mate er meer kalk
inde grond zit. Vermeerderen kan door zaaien, stekken, wortelscheuring
en afleggen. Het afleggen is de gemakkelijkste manier. Dit kan de hele
zomer gebeuren door wat van de onderste takken met wat zanderige grond
te bedekken. Voor de winter moet de rozemarijn niet te ver worden terug
gesnoeid. Dit snoeien moet voor september worden gedaan, om de nieuwe
uitlopers tijd te geven winterhard te worden. Desalniettemin moet de
rozemarijn voor het invallen van de winter worden afgedekt ter
bescherming tegen de vorst.
|
De rozemarijn blaadjes kunnen vanaf het
tweede levensjaar, in elk jaar getijde worden geplukt.
Wilt u de rozemarijn drogen, dan doet u dat donker in een goed geventileerde ruimte op horren.
Water waarin rozemarijn wordt afgekookt, vorm een goede huidlotion en kan ook aan het badwater worden toegevoegd. Bovengenoemde spoeling geeft glans aan donker haar. Heeft u blond haar, vervang de rozemarijn dan door kamille.
|
Koude voorgerechten: cacktails van vruchten of groenten. Eieren & kaas: omeletten en roerei. Soepen: kippe-, erwten- en vleessoepen. Vlees en vis: rundvlees,lamsvlees, varkensvlees en vis. Gevogelte en wild: voor het braden, grillen licht van binnen en buiten bestrooien op gevogelte en bij iedere wildsoort. Groente: bonen en bloemkool. Zoetigheden en dranken: appel gelei, jams en geleien. Bowl en vruchten salade.
|