SALIE

Eigenschap

Kweek

Oogsten en drogen

Gebruik

Salie (Salvia officinalis) is een uiterst aromatisch kruid met een sterke tamelijke doordringende geur. Oorspronkelijk komt de salie van de berghellingen uit Zuid Europa. Vroeger werd het kruid zeer gewaardeerd vanwege zijn geneeskrachtige werking. Salie is een vaste heesterachtige plant en wordt ongeveer 60 centimeter. Elk jaar spruiten er uit de houtachtige onderkant van zijn stengels, nieuwe takken uit. De winter harde bladeren zijn ongeveer 4,5 centimeter lang en 2-2,5 centimeter breed. De violetblauw bloemen, bloeien van juni t/m juli en verschieten dan tot licht lila. Het merendeel van de salie soorten zijn sierplanten. De stuiksalie is het meest geschikt voor keukengebruik. De bonte salie gebruikt men voor medicinale doeleinden. De Scharlei (Salvia sclarea) wordt gebruik om "wijn"van te maken, door de bladeren met suiker te laten gisten.  De salie is een mooie borderplant heeft heeft weinig aandacht nodig. Hij groeit op een lichte droge kalkhoudende bodem op een zonnige, tamelijk droge plaats. In april/mei kunt u de salie stekken. De stekken, die voorzien zijn van een 'hak', kunnen meen de volle grond in. De salie kunt u ook goed vermeerderen middels afleggen. Na 4-5 jaar is de salie uitgepunt en kan deze worden omgespit.   

Water waarin salie wordt afgekookt, vorm een goed recept voor gorgelwater. 1 theelepel bladeren met ¼ l. water overgieten. 20 minuten laten trekken, om het geheel vervolgens te filteren.

Tweedejaars planten hebben meestal een hogere concentratie aan vluchtige oliën, dan eerstejaars. Vlak voor de bloei, bereik dit gehalte zijn toppunt. Het drogen van de bladeren is moeilijker dan de meeste anders kruiden, omdat ze stug zijn en een langere droog periode nodig heeft.

Eieren & kaas: kaasomeletten, fritures

Soepen & stoofschotels: gebonden soepen, vissoepen, stoofschotels van rund-, kalfs-, lamsvlees.

Vlees & vis: bij elk gebraad en hun vleesjus. Gehakt schotels en lever. In water om vis te pocheren.

Gevogelte &  wild: gewreven op kalkoen, eend en alle andere vogel soorten en hun vulling. Haas, konijn.

Groente: in water waarin spinazie, uien of erwten worden gekookt. Tomaten en peul gerechten.

Zoetigheden & dranken: zomerse vruchtendranken, heldere appelsap, in bowls met wijn. Saliethee, heet of ijskoud geserveerd, kan ook vermengd worden met munt eb citroen.